“Praten over kinderen is makkelijk, praten mét kinderen veel moeilijker”

De Beroepsorganisatie Kindbehartiger omarmt het artikel dat op 5 juli jl. in NRC[1] verscheen. Hierbij heeft Marga Akkerman aangegeven dat expertise ontbreekt om te achterhalen wat een kind écht wil. Om daarachter te komen is de juiste expertise nodig, schrijft zij.

“Om de schade voor kinderen-in-scheiding te beperken is het belangrijk dat je de wensen en behoeften van het kind over de nieuwe situatie kent én centraal stelt bij de vormgeving daarvan. Praten over kinderen is makkelijk, praten mét kinderen veel moeilijker”, aldus Marga in NRC.

Jaarlijks besluiten ongeveer 70.000 stellen met jonge kinderen om uit elkaar te gaan. Volgens het rapport van de Kinderombudsman uit 2014 komen er ieder jaar 3.500 kinderen in de knel te zitten door de scheidingssituatie van hun ouders. Momenteel hebben 16.000 kinderen ernstig last van die scheiding van hun ouders[2]. Veel scheidingen verlopen ook goed. In 20% van de gevallen gaat het echter mis. Daarbij verliest 1 op de 5 kinderen het contact met een uitwonende ouder.

Kinderen staan er soms alleen voor, tussen twee ruziënde ouders. Zij scheiden daarbij niet van hun ouders, maar zijn wel degenen die te maken krijgen met grote veranderingen, zoals een verhuizing en afwisselend bij de ene en andere ouder verblijven. Om kinderen hierbij te kunnen ondersteunen is expertise nodig. Niet alleen in hoe te praten met kinderen, maar er is ook kennis nodig van hechting/ouderonthechting en de ontwikkeling van kinderen, van loyaliteitsconflicten, van de scheidingsmaterie in brede zin alsmede het juridisch speelveld.

Vanuit het juridisch kader hebben kinderen in beginsel geen eigen rechtspositie in Nederland. Dit is bedoeld om hen bescherming te bieden voor die zaken die op volwassen niveau spelen. Echter, staat sinds de komst van het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) het belang van kinderparticipatie steeds meer voorop. Er moeten mogelijkheden zijn voor kinderen om hun stem te kunnen laten doorklinken, hetzij rechtstreeks, hetzij via een vertegenwoordiger.
In enkele uitzonderingsgevallen hebben kinderen in Nederland een formele rechtsingang toegekend gekregen, zoals bij het sluiten van een geneeskundige behandelovereenkomst of een arbeidsovereenkomst. Dan hebben zij dus een eigen rechtspositie. In scheidingssituaties geldt een informele rechtsingang. Dit betekent dat een kind geen eigen rechtspositie heeft, zoals bij de formele rechtsingang, maar wel dat een kind zijn of haar mening mag geven over de situatie.

Wanneer er een scheidingsverzoek is ingediend bij de rechter, krijgt een kind van twaalf jaar of ouder dan ook een uitnodigingsbrief van de rechter. Inmiddels krijgen ook jongere kinderen soms deze uitnodiging. Er wordt bericht dat het kind per brief of in een gesprek bij de rechter zijn mening mag afgeven. De brief wordt ook wel een kindverklaring genoemd.

In het onderzoek Scholieren en Gezinnen van Ed Spruijt is aan kinderen gevraagd met wie zij rondom de scheiding van hun ouders hebben gesproken en hoe zij dat gesprek hebben gewaardeerd. Het gemiddelde cijfer dat zij aan het gesprek met een kinderrechter toekenden is een 5.9. Lang niet alle kinderen van twaalf jaar en ouder blijken met de kinderrechter te spreken. Ongeveer de helft van de kinderen geeft aan dat zij nooit een brief van de rechter hebben gekregen. Van de resterende helft gaat de helft niet naar de rechtbank. Dit terwijl zij later mogelijk wel gebruik maken van een informele rechtsingang[3], bijvoorbeeld door een brief aan de rechter te schrijven.

Veel kinderen geven aan het spannend te vinden om te vertellen wat zij echt denken en voelen rondom de scheiding en ten aanzien van hun ouders. Zij kunnen daarbij ook niet altijd overzien wat hun woorden soms toch voor impact hebben. Deze last zou ook niet bij kinderen hoeven te liggen. Een meisje van 15 die haar stem had afgegeven richting een coach en een brief had geschreven naar de rechtbank vertelde 5 jaar later dat haar nooit is uitgelegd wat er met de brief is gedaan, dat er geen steun was om haar emoties van toen in perspectief te plaatsen, dat er geen uitleg is gegeven wat de inhoud van de brief voor betekenis kon hebben binnen de zitting en dat geen terugkoppeling is gegeven van wat er in de zitting heeft plaatsgevonden. Dit toont aan hoe we met alle goede bedoelingen kinderen onbewust kunnen opzadelen met schuldgevoelens. Zij ervaren immers de gevolgen van een uitspraak in de praktijk en hun stem kan daarop van invloed zijn geweest. Hun recht op informatie en uitleg (artikel 17 IVRK) zou veel stringenter mogen worden ingevuld als ook dat we kinderen bescherming bieden naast het luisteren naar hun stem.

Denk nog eens verder aan de problematiek van ouderonthechting, waarbij een kind subtiel wordt opgezet om één van de ouders van zich af te duwen. Wanneer deze kinderen hun stem afgeven en we deze stem letterlijk volgen, alsmede niet doorzien wat hier speelt, kunnen de gevolgen zeer schrijnend zijn met verlies van contact met één ouder. Het vindt in de praktijk al plaats dat 1 op de 5 kinderen het contact met een uitwonende ouder verliest.
Voor kinderen is het belangrijk om veilig, vertrouwd en gelukkig te kunnen opgroeien, met beide ouders om zich heen. In de literatuur is gedocumenteerd wat de lange termijn effecten zijn voor kinderen die in een loyaliteitsconflict komen door een scheiding. Zo toont onderzoek aan dat de stress van het verlies van een ouder leidt tot minder goed presteren op school. Deze minder goede schoolresultaten kunnen leiden tot een zwakkere positie op de arbeidsmarkt. De angst en boosheid die kinderen ervaren als gevolg van het loyaliteitsconflict, blijven ook op volwassen leeftijd een probleem: boosheidbeheersing en manipulatief gedrag kan daarvan het gevolg zijn. Volwassen kinderen die hun ouder missen door een scheiding, rapporteren een hogere mate van depressie en een lager zelfbeeld. Zij voelen zich schuldig over het gedrag dat zij als kind hebben vertoond, wanneer zij, als ze in een loyaliteitsconflict komen, en zich daardoor onveilig voelen, de kant kiezen van bijvoorbeeld één ouder en ervaren dat zij de andere boos moesten afwijzen. Hun coping mechanismen zijn onvoldoende ontwikkeld, dit leidt tot een hogere mate van angst of psychosomatische problemen. Volwassen kinderen die in een loyaliteitsconflict zijn beland door de scheiding hebben in hogere mate een beschadigd zelfbeeld.

Er rust op ons als maatschappij zodoende een plicht om wanneer we kinderen ondersteunen dit te laten plaatsvinden vanuit getrainde professionals met kennis en kunde op de eerder genoemde gebieden en kinderen niet verantwoordelijk te maken voor hun stem.

Door de versnippering in de sector, vanwege het feit dat praten met kinderen om expertise vraagt als ook de mogelijkheden voor kinderen om hun stem te kunnen laten doorklinken beperkt zijn in ons land, is in 2015 de rol van de Kindbehartiger ontwikkeld voor kinderen in een scheidingssituatie. Hierbij is onderzoek gedaan binnen Nederland en is gekeken naar het buitenland, zoals naar het Australische- en Engelse model van het Familierecht. De rol van de Child Representatieve in Australië en de rol van de Guardian ad Litem in Engeland hebben als inspiratiebron gediend om tot de rol van de Kindbehartiger te komen, waarbij de rol eerst een jaar in de praktijk is getoetst (2014 tot 2015). Inmiddels kent Nederland circa 85 Kindbehartigers verspreid over Nederland. Allen zijn opgeleid om de rol te kunnen vervullen en blijven zich ontwikkelen om verder te kunnen specialiseren. Een post HBO opleiding is momenteel in de maak om de rol verder te kunnen laten professionaliseren vooral in het belang van kinderen.

Over de Kindbehartiger
De Kindbehartiger treedt op als belangenbehartiger van kinderen in een scheidingssituatie en heeft als doel om kinderen met een vertrouwd en veilig gevoel verder te laten gaan na de scheiding.
De taak van de Kindbehartiger is om goed te luisteren naar kinderen en hetgeen kinderen zeggen en bedoelen op passende wijze te interpreteren (mede ingegeven door de context waar binnen het kind zich beweegt) en (middels verslaglegging en advisering) terug te koppelen richting hun ouders, verzorgers, overige belanghebbenden en waar nodig het juridisch speelveld.
De Kindbehartiger ondersteunt kinderen en hun ouders zowel tijdens als na een scheidingsituatie. De Kindbehartiger voert ten aanzien van de ondersteuning de regie vanuit de positie van het kind en werkt vanuit het 
VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De Kindbehartiger zorgt er voor dat de stem van ieder kind gehoord wordt en een plek krijgt binnen het scheidingsproces. In lijn met de artikelen 9 en 12 van het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind alsmede artikel 809 Burgerlijke Rechtsvordering vervult de Kindbehartiger hierbij een onmisbare rol, het liefst zo vroeg mogelijk. Kinderparticipatie wordt middels de rol van de Kindbehartiger voorop gezet en tegelijkertijd wordt kinderen bescherming geboden ten aanzien van de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden.
De Kindbehartiger streeft er naar om kinderen niet te betrekken in volwassen zaken en om hen waar kan buiten een juridische procedure te houden, waarbij hun stem wel een plek krijgt, geheel in lijn met de uitingen vanuit het IVRK.

De Kindbehartiger biedt tenslotte ondersteuning, waarbij een onderscheid wordt gemaakt met een behandelaar of therapeut. De rolverdeling dient zuiver te blijven. Een traject van Kindbehartiging is geen therapie of behandeling, maar kan waar nodig overvloeien in therapie doordat wordt doorverwezen naar een andere professional door de Kindbehartiger, of omgekeerd doordat wordt doorverwezen naar een Kindbehartiger. Kindbehartigers werken zodoende veel samen met anderen.

www.kindbehartiger.nl

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/05/kind-bij-scheiding-nog-steeds-niet-goed-af-a1608944

[2] Jaarverslag van de kinderombudsman 2014, p. 16: http://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/2014%20jaarverslag%20.pdf ,

[3] Spruijt & Kormos 2010, p. 146