Auteursarchief: kindbehartiger

Over kindbehartiger

De Kindbehartiger is een professional die er speciaal is voor kinderen in een scheidingssituatie, om te luisteren naar hun stem en om hun stem te vertalen richting ouders, verzorgers, overige belanghebbenden en indien nodig het juridisch speelveld. De Kindbehartiger treedt op als belangenbehartiger van kinderen in een scheidingssituatie.

Verschillende kinderbeschermingsmaatregelen

Door: KJRW Utrecht

Als er zorgen zijn over het veilig opgroeien van jou als kind, dan wordt er geprobeerd om samen met je ouders te werken aan verschillende oplossingen voor de problemen die zich voordoen. Soms lukt het helaas niet altijd om met een deskundige de problemen binnen het gezin op te lossen. Als de vrijwillige hulp niet voldoende is om jouw veiligheid te garanderen en de rechter vindt dat jouw ontwikkeling in gevaar is, kan hij een kinderbeschermingsmaatregel opleggen. Je ouders moeten daar dan verplicht aan meewerken. Maar wat is een kinderbeschermingsmaatregel nou eigenlijk? welke soorten kinderbeschermingsmaatregelen zijn er en wat houden de verschillende kinderbeschermingsmaatregelen in?

Als eerste heb je de voorlopige ondertoezichtstelling. Op het moment dat dit wordt opgelegd vindt de rechter dat de situatie van jou als kind heel ernstig of bedreigend is. Je krijgt daarom meteen een gezinsvoogd. Deze gezinsvoogd geeft advies over de opvoeding aan je ouders en maakt daar afspraken over. Je ouders blijven ondertussen verantwoordelijk voor jou, maar zijn wel verplicht om te luisteren naar de gezinsvoogd. Je mag dus gewoon thuis blijven wonen. De voorlopige ondertoezichtstelling duurt maximaal 3 maanden. In die 3 maanden wordt jouw thuissituatie onderzocht en besloten door de rechter of de voorlopige ondertoezichtstelling wordt gestopt of moeten worden verlengd naar 1 jaar. Als het binnen het gezin weer goed gaat geeft de gezinsvoogd dit door aan de raad voor de kinderbescherming. De raad voor de kinderbescherming kijkt dan een laatste keer of alle problemen zijn opgelost en indien dit zo is wordt de voorlopige ondertoezichtstelling beëindigd. Als het nog niet zo goed gaat binnen het gezin en de problemen nog niet zijn opgelost,  wordt de ondertoezichtstelling verlengd met maximaal 1 jaar, we spreken dan niet meer van een voorlopige ondertoezichtstelling maar van ondertoezichtstelling.

Soms zijn de zorgen om jou als kind zo erg, dat het beter is dat je even niet meer thuis woont. Je komt dan voor een bepaalde periode bij een andere gezin (pleeggezin) of in een tehuis. Dit wordt uithuisplaatsing genoemd. Vaak mag je wel nog contact hebben met je ouders, tenzij de gezinsvoogd denkt dat het beter voor jou is om dat niet te doen. De uithuisplaatsing duurt maximaal 1 jaar. Het doel is natuurlijk dat jij zo snel mogelijk weer terug naar huis kan, als de situatie weer helemaal veilig is. Mocht de rechter hier na 1 jaar niet van overtuigd zijn, kan hij de uithuisplaatsing verlengen.

Als er al een ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn opgelegd en het voor jou nog steeds niet mogelijk is om veilig bij je ouders op te groeien, kan de rechter een gezagsbeëindigende maatregel opleggen. Het ouderlijk gezag wordt dan beëindigd, waardoor je ouders niet meer verantwoordelijk zijn voor jou als kind. Je krijgt een voogd en je wordt opgevoed in een pleeggezin of tehuis. Jouw gezinsvoogd krijgt het gezag over jou en bepaalt of het veilig is om het contact met je ouders te behouden. Daarnaast houdt de gezinsvoogd je ouders op de hoogte van de ontwikkelingen die jij doormaakt.

Kinderalimentatie

Gastblog KJRW Utrecht over kinderalimentatie?

Wat is kinderalimentatie?

Ouders moeten de kosten van de verzorging en opvoeding van hun kinderen betalen totdat zij de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt. Daarna moeten ouders de kosten van levensonderhoud en studie betalen totdat het kind 21 jaar wordt. Wanneer de ouders uit elkaar gaan, blijven zij verplicht om deze kosten van de kinderen te betalen. Deze bijdrage in de kosten die het kind heeft om te kunnen leven heet de kinderalimentatie.

Kinderalimentatie

In de wet staat geschreven dat ouders verplicht zijn om ‘in de kosten van verzorging en opvoeding’ van hun minderjarige kinderen te voorzien. Verder staat in de wet geschreven dat meerderjarige kinderen (vanaf 18 tot 21 jaar) recht hebben op een voorziening ‘in de kosten van levensonderhoud en studie’. Wanneer de ouders uit elkaar gaan, blijven zij verplicht om de kosten voor de opvoeding en levensonderhoud van de kinderen te betalen.Deze onderhoudsplicht kan dan gestalte krijgen in de betaling van een geldbedrag. Dit wordt de kinderalimentatie genoemd. Kinderalimentatie is dus een bijdrage in de kosten die een kind heeft om te kunnen leven.

Duur van de kinderalimentatie

Vaak wonen kinderen na een scheiding voornamelijk bij één van de ouders. Dit is de verzorgende ouder. Met de andere ouder is er een omgangsregeling. Dit is de niet-verzorgende ouder. Meestal betaalt de niet-verzorgende ouder kinderalimentatie aan de verzorgende ouder. De verzorgende ouder ontvangt de kinderalimentatie totdat het kind 18 jaar wordt. Het kind ontvangt zelf alimentatie op het moment dat hij/zij 18 jaar wordt. De alimentatieplicht duurt tot het kind 21 jaar wordt of tot het kind financieel zelfstandig wordt. Wanneer het kind (vanaf 18 tot 21 jaar) een inkomen heeft en in zijn/haar eigen levensonderhoud kan voorzien, kan met het kind worden overlegd om de alimentatie te verlagen of te stoppen.

Ouders kunnen soms ook na het 21e jaar onderhoudsplichtig zijn. Meerderjarigen vanaf 21 jaar hebben alleen een recht op levensonderhoud wanneer zij ‘behoeftig’ zijn. Dit betekent dat zij geen eigen middelen hebben en redelijkerwijs niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een lichamelijke of geestelijke handicap. Studerende kinderen vanaf 21 jaar zijn in principe niet ‘behoeftig’.

Hoogte van de kinderalimentatie

De ouders kunnen samen afspraken maken over de hoogte van de kinderalimentatie. Deze afspraken komen in het ouderschapsplan te staan. In het ouderschapsplan komen ook andere afspraken over de kinderen te staan, bijvoorbeeld over de verdeling van zorg. De rechter beoordeelt vervolgens het bedrag en kijkt of het bedrag niet te laag is. Wanneer de rechter het bedrag te laag vindt, kan hij een ander bedrag vaststellen. De rechter stelt ook het bedrag vast wanneer het niet lukt om samen afspraken te maken.

Problemen met de betaling  

Wanneer er problemen zijn met de betaling kan de verzorgende ouder hulp krijgen van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Het LBIO kan de alimentatie innen bij de alimentatieplichtige ouder en uitbetalen aan de verzorgende ouder of het kind van tussen de 18 en 20 jaar. De kosten voor de invordering moet de alimentatieplichtige ouder/ex-partner betalen.

Gastblog KJRW Utrecht, wat is gezag

Wat is gezag?

Alle kinderen onder de 18 jaar staan onder gezag. Ze hebben dus iemand, meestal een ouder, die bepaalde beslissingen voor ze kan maken. Maar wat betekent ‘onder gezag staan’ voor jou als kind nu eigenlijk? Na het lezen van deze blog wordt dat hopelijk duidelijk voor je.

Wat is ouderlijk gezag?

In de wet staat geschreven dat alle kinderen onder de 18 jaar ‘onder ouderlijk gezag staan’. Dit betekent dat jouw ouders de plicht én het recht hebben om je op te voeden en te verzorgen. Ook moeten je ouders belangrijke beslissingen over jou gezamenlijk nemen. Hierbij kan je denken aan het aanvragen van een paspoort of aan een verhuizing. Beide ouders moeten hier dan toestemming voor geven. Zijn er belangrijke keuzes te maken bij jou op school of moet je naar de dokter, dan moeten beide ouders betrokken worden. En als jij met één van je ouders naar het buitenland reist, moet duidelijk zijn dat de andere ouder dat goed vindt. Daarnaast beheren je ouders jouw geld en spullen.

Hoe ontstaat ouderlijk gezag?

Voordat we je kunnen uitleggen hoe gezag ontstaat is het belangrijk dat je weet wat er met het woord ‘ouders’ bedoelt wordt. Met ‘ouders’ bedoelen we de ouders volgens de wet. Meestal bedoelen mensen met ‘ouders’ de biologische ouders. Dat is dus wat anders dan de ouders volgens de wet. Volgens de wet is een moeder degene die het kind gebaard heeft. Zij is dus zwanger geweest van het kind. De moeder krijgt bijna altijd automatisch gezag. Voor vaders is dit anders. De vader van een kind is volgens de wet de man die op het moment dat het kind geboren wordt met de moeder is getrouwd of een geregistreerd partnerschap met haar heeft. Maar is de moeder op dat moment niet met de man getrouwd of heeft zij geen geregistreerd partnerschap met hem, dan heeft de man geen gezag.

Gezag aanvragen

Soms doet zich dus de situatie voor dat ouders een kind krijgen zonder dat zij met elkaar getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben. In het geval dat de man dan toch graag gezag over het kind wil, dan moet hij een aantal stappen doorlopen. Eerst moet hij het kind bij de gemeente erkennen. Dat is kosteloos. Daarna vragen de moeder en de man samen op rechtspraak.nl gezag aan bij de rechtbank. Wordt de aanvraag goedgekeurd, dan hebben zij vanaf dat moment gezamenlijk gezag. Dit blijft gelden, ook als de relatie eindigt.

In totaal kunnen er maximaal 2 personen over jou gezag hebben. Er kan dus geen gezag meer worden aangevraagd als er al 2 personen gezag hebben.

Wanneer stopt gezag?

Het gezag stopt automatisch als je 18 jaar wordt. Wel hebben jouw ouders een onderhoudsplicht tot dat je 21 jaar wordt. Dat betekent dat je ouders de kosten voor jouw verzorging en je studie moeten betalen.

Andere situatie

Is jouw situatie anders dan dit voorbeeld, zijn jouw ouders bijvoorbeeld van hetzelfde geslacht of ben jij geadopteerd, dan is het mogelijk dat er in jouw situatie andere regels gelden. Wil je hierover meer weten stuur dan gerust een berichtje aan de kindbehartiger of de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Utrecht.

Blog KJRW Utrecht, als je ouders gaan scheiden

Papa en mama gaan uit elkaar, wat nu ?

Als je net lekker wil gaan slapen hoor je weer een hoop kabaal en harde stemmen van beneden komen. Papa en mama staan wéér tegen elkaar te schreeuwen; minstens drie keer per week gaat het er zo aan toe. Waarom doen ze dat nou? Vinden ze elkaar dan niet meer lief? Maar het zijn toch m’n ouders, die horen elkaar lief te vinden….

Alle ouders hebben wel eens ruzie, of een meningsverschil. Helaas komt het bij sommige kinderen thuis voor dat de ouders wel heel veel ruzie hebben. Of soms is de ene ouder heel veel weg van huis of doen je ouders heel afstandelijk tegen elkaar. Dan heb je toch het gevoel dat er iets niet klopt….

En ja hoor daar is de vraag dan: kom je even bij ons op de bank zitten we moeten je wat vertellen. Je voelt de bui al hangen: ze gaan scheiden. Maar wat is dat eigenlijk scheiden? En wat gebeurt er dan allemaal? Gaan we dan verhuizen? En bij wie moet ik dan gaan wonen? Moet ik nu gaan bedenken wie ik liever vind?

Als je ouders gaan scheiden kan dat super verwarrend en raar zijn. Heel veel dingen kunnen veranderen. Ze moeten allemaal afspraken en omgangsregels maken over het gene wat van hun allebei is: de kinderen! Als je nog onder de 18 jaar bent dan moeten je ouders samen een plan en afspraken maken over hoe ze de opvoeding verder gaan uitvoeren nu ze uit elkaar zijn. Deze afspraken gaan over bij wie je bijvoorbeeld gaat wonen en hoe ze de kosten gaan verdelen.

Het kan soms best wel lastig zijn om die afspraken te maken zonder dat ze ruzie krijgen. Daarom kunnen ze hierbij ook de hulp vragen van een advocaat of een mediator. Een mediator is een persoon die je ouders helpt om uit de discussie te komen zonder een kant te kiezen.

Als je ouders zijn getrouwd dan moeten ze naar de rechter om aan te geven dat ze willen scheiden. Als je twaalf jaar of ouder bent, zal de rechter ook aan jou vragen wat je er van vindt dat je ouders gaan scheiden. Ook zal de rechter vragen naar jouw mening over de tijd die je wil doorbrengen met beide ouders. Dit kan je vertellen tijdens een gesprek met de rechter, maar je mag ook een brief schrijven.

Samen met jou en je ouders maakt de rechter een omgangsregeling. Deze regeling kan best wel wat veranderingen met zich mee brengen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je moet verhuizen, of dat je bijvoorbeeld je moeder meer ziet dan je vader. Als ouders er in slagen om afspraken te maken dat je beide ouders evenveel ziet dan noem je dat co-ouderschap.

Kortom: als je ouders gaan scheiding kan er echt super veel veranderen. Dit is soms best wel lastig. Daarnaast kan je ook echt wel eens verdrietig zijn over dat je ouders niet meer bij elkaar zijn: dat is heel normaal. Maar je ouders zullen met behulp van de advocaat en de rechter altijd goede afspraken over jou maken.

En vergeet natuurlijk de voordelen niet: alles doe je nu twee keer! Twee keer op vakantie, dubbel zakgeld en twee keer je verjaardag vieren!!!

Als je ooit vragen hebt over de scheiding van je ouders en hoe het allemaal in zijn werk gaat dan kan je ook altijd om hulp vragen. Dit kan bijvoorbeeld bij de Kindbehartiger of bij de Kinder- en Jongerenrechtswinkel.

Bron: Kinder- en Jongerenrechtswinkel Utrecht

Ik ben minderjarig en wil naar de rechter, wat nu?

Blogpost door de Kinder- en Jongerenrechtswinkel Utrecht over de informele rechtsingang

Ik ben minderjarig en wil naar de rechter, wat nu?

Wanneer je ouders gaan scheiden of gescheiden zijn, kun je met veel vragen zitten. Deze vragen kunnen eigenlijk over van alles gaan. Wat gaat er gebeuren als mijn ouders gaan scheiden? Of, hoe moet dat eigenlijk, scheiden? Misschien vraag je je af of je moet kiezen tussen je ouders als je twaalf jaar bent. Sommige vragen zou je misschien zelfs aan de rechter willen stellen, maar kan dat eigenlijk?

Als kind heb jij de mogelijkheid om met de rechter in gesprek te gaan als:

  • Je ouder of voogd niet goed voor jouw belangen opkomt. Dit betekent dat jouw ouder niet goed meer ziet wat voor jou belangrijk is. Dit kan zo zijn als je ouders gaan scheiden. Is de situatie heel erg dan kun je de rechter vragen iemand te benoemen die voor jouw belangen opkomt. Zo’n persoon heet een bijzondere curator;
  • Je een omgangsregeling wilt instellen, aanpassen of stopzetten wanneer je ouders gaan scheiden of zijn gescheiden. Denk hierbij aan een situatie waarin je bijvoorbeeld op dit moment doordeweeks bij je moeder woont en in het weekend bij je vader. Het kan dat je dit liever andersom wil. Het kan ook gaan om een omgangsregeling met iemand anders dan je ouders, zoals je opa of oma;
  • Je een informatie- en consultatieregeling wilt instellen, aanpassen of stopzetten. Bijvoorbeeld: je gaat na de scheiding van je ouders bij een van hen wonen. Je andere ouder heeft dan recht op informatie en mag meebeslissen over jou. Dit is belangrijk omdat jouw beide ouders dan weten hoe het met jou gaat, ook als ze je even een tijdje niet zien. Dit kan gaan over jouw gezondheid, school of andere belangrijke dingen over jou. Als je het hiermee niet eens bent, kun je een verzoek indienen om dit te wijzigen.

Als je de rechter wilt bereiken, kun je de rechter een brief schrijven, e-mail sturen of bellen. Als je hulp zou willen bij het maken van een brief of e-mail naar de rechter of bij het voorbereiden van een telefoongesprek, kun je contact zoeken met een Kindbehartiger. Deze professional kan je ondersteunen tijdens de scheiding.

Zoals hierboven al staat kun je in sommige gevallen ook om een bijzondere curator vragen. Dit kan wanneer je niet alleen jouw mening wil geven, maar ook wil dat er een persoon is die kijkt naar wat voor jou belangrijk is. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat jouw ouders in een vervelende scheiding zitten waarbij zij veel ruzie maken en jouw belangen vergeten of aan de situatie dat jij ruzie hebt met één van je ouders. Het moet wel gaan om een ernstige situatie. Bij gewone vragen over de opvoeding of ruzies over bijvoorbeeld zakgeld zal geen bijzondere curator benoemd worden door de rechter.

In een aantal gevallen heb jij als kind dus wel de mogelijkheid om met de rechter in gesprek te gaan. Maar misschien is er iemand in jouw familie waar je eerst naar toe kan gaan met jouw vraag? En is jouw vraag dan toch nog niet beantwoord, dan kan je ook altijd eerst nog naar de Kinder- en jongerenrechtswinkel of naar een Kindbehartiger. Zij kunnen jou ook verder helpen.

Zie ook:
Verschil Kindbehartiger en bijzondere curator in Jeugdzaken

 

Dag van de Scheiding

Vanochtend is de directie van de Beroepsorganisatie Kindbehartiger samen met Scheidingsexpert Nederland en Villa Pinedo te horen geweest bij BNR Nieuwsradio in het programma Ask me Anything.

Het programma is terug te luisteren viaBNR van 11.00-11.45 uur:

https://www.bnr.nl/player/archief/201809141100001920

“Praten over kinderen is makkelijk, praten mét kinderen veel moeilijker”

De Beroepsorganisatie Kindbehartiger omarmt het artikel dat op 5 juli jl. in NRC[1] verscheen. Hierbij heeft Marga Akkerman aangegeven dat expertise ontbreekt om te achterhalen wat een kind écht wil. Om daarachter te komen is de juiste expertise nodig, schrijft zij.

“Om de schade voor kinderen-in-scheiding te beperken is het belangrijk dat je de wensen en behoeften van het kind over de nieuwe situatie kent én centraal stelt bij de vormgeving daarvan. Praten over kinderen is makkelijk, praten mét kinderen veel moeilijker”, aldus Marga in NRC.

Jaarlijks besluiten ongeveer 70.000 stellen met jonge kinderen om uit elkaar te gaan. Volgens het rapport van de Kinderombudsman uit 2014 komen er ieder jaar 3.500 kinderen in de knel te zitten door de scheidingssituatie van hun ouders. Momenteel hebben 16.000 kinderen ernstig last van die scheiding van hun ouders[2]. Veel scheidingen verlopen ook goed. In 20% van de gevallen gaat het echter mis. Daarbij verliest 1 op de 5 kinderen het contact met een uitwonende ouder.

Kinderen staan er soms alleen voor, tussen twee ruziënde ouders. Zij scheiden daarbij niet van hun ouders, maar zijn wel degenen die te maken krijgen met grote veranderingen, zoals een verhuizing en afwisselend bij de ene en andere ouder verblijven. Om kinderen hierbij te kunnen ondersteunen is expertise nodig. Niet alleen in hoe te praten met kinderen, maar er is ook kennis nodig van hechting/ouderonthechting en de ontwikkeling van kinderen, van loyaliteitsconflicten, van de scheidingsmaterie in brede zin alsmede het juridisch speelveld.

Vanuit het juridisch kader hebben kinderen in beginsel geen eigen rechtspositie in Nederland. Dit is bedoeld om hen bescherming te bieden voor die zaken die op volwassen niveau spelen. Echter, staat sinds de komst van het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) het belang van kinderparticipatie steeds meer voorop. Er moeten mogelijkheden zijn voor kinderen om hun stem te kunnen laten doorklinken, hetzij rechtstreeks, hetzij via een vertegenwoordiger.
In enkele uitzonderingsgevallen hebben kinderen in Nederland een formele rechtsingang toegekend gekregen, zoals bij het sluiten van een geneeskundige behandelovereenkomst of een arbeidsovereenkomst. Dan hebben zij dus een eigen rechtspositie. In scheidingssituaties geldt een informele rechtsingang. Dit betekent dat een kind geen eigen rechtspositie heeft, zoals bij de formele rechtsingang, maar wel dat een kind zijn of haar mening mag geven over de situatie.

Wanneer er een scheidingsverzoek is ingediend bij de rechter, krijgt een kind van twaalf jaar of ouder dan ook een uitnodigingsbrief van de rechter. Inmiddels krijgen ook jongere kinderen soms deze uitnodiging. Er wordt bericht dat het kind per brief of in een gesprek bij de rechter zijn mening mag afgeven. De brief wordt ook wel een kindverklaring genoemd.

In het onderzoek Scholieren en Gezinnen van Ed Spruijt is aan kinderen gevraagd met wie zij rondom de scheiding van hun ouders hebben gesproken en hoe zij dat gesprek hebben gewaardeerd. Het gemiddelde cijfer dat zij aan het gesprek met een kinderrechter toekenden is een 5.9. Lang niet alle kinderen van twaalf jaar en ouder blijken met de kinderrechter te spreken. Ongeveer de helft van de kinderen geeft aan dat zij nooit een brief van de rechter hebben gekregen. Van de resterende helft gaat de helft niet naar de rechtbank. Dit terwijl zij later mogelijk wel gebruik maken van een informele rechtsingang[3], bijvoorbeeld door een brief aan de rechter te schrijven.

Veel kinderen geven aan het spannend te vinden om te vertellen wat zij echt denken en voelen rondom de scheiding en ten aanzien van hun ouders. Zij kunnen daarbij ook niet altijd overzien wat hun woorden soms toch voor impact hebben. Deze last zou ook niet bij kinderen hoeven te liggen. Een meisje van 15 die haar stem had afgegeven richting een coach en een brief had geschreven naar de rechtbank vertelde 5 jaar later dat haar nooit is uitgelegd wat er met de brief is gedaan, dat er geen steun was om haar emoties van toen in perspectief te plaatsen, dat er geen uitleg is gegeven wat de inhoud van de brief voor betekenis kon hebben binnen de zitting en dat geen terugkoppeling is gegeven van wat er in de zitting heeft plaatsgevonden. Dit toont aan hoe we met alle goede bedoelingen kinderen onbewust kunnen opzadelen met schuldgevoelens. Zij ervaren immers de gevolgen van een uitspraak in de praktijk en hun stem kan daarop van invloed zijn geweest. Hun recht op informatie en uitleg (artikel 17 IVRK) zou veel stringenter mogen worden ingevuld als ook dat we kinderen bescherming bieden naast het luisteren naar hun stem.

Denk nog eens verder aan de problematiek van ouderonthechting, waarbij een kind subtiel wordt opgezet om één van de ouders van zich af te duwen. Wanneer deze kinderen hun stem afgeven en we deze stem letterlijk volgen, alsmede niet doorzien wat hier speelt, kunnen de gevolgen zeer schrijnend zijn met verlies van contact met één ouder. Het vindt in de praktijk al plaats dat 1 op de 5 kinderen het contact met een uitwonende ouder verliest.
Voor kinderen is het belangrijk om veilig, vertrouwd en gelukkig te kunnen opgroeien, met beide ouders om zich heen. In de literatuur is gedocumenteerd wat de lange termijn effecten zijn voor kinderen die in een loyaliteitsconflict komen door een scheiding. Zo toont onderzoek aan dat de stress van het verlies van een ouder leidt tot minder goed presteren op school. Deze minder goede schoolresultaten kunnen leiden tot een zwakkere positie op de arbeidsmarkt. De angst en boosheid die kinderen ervaren als gevolg van het loyaliteitsconflict, blijven ook op volwassen leeftijd een probleem: boosheidbeheersing en manipulatief gedrag kan daarvan het gevolg zijn. Volwassen kinderen die hun ouder missen door een scheiding, rapporteren een hogere mate van depressie en een lager zelfbeeld. Zij voelen zich schuldig over het gedrag dat zij als kind hebben vertoond, wanneer zij, als ze in een loyaliteitsconflict komen, en zich daardoor onveilig voelen, de kant kiezen van bijvoorbeeld één ouder en ervaren dat zij de andere boos moesten afwijzen. Hun coping mechanismen zijn onvoldoende ontwikkeld, dit leidt tot een hogere mate van angst of psychosomatische problemen. Volwassen kinderen die in een loyaliteitsconflict zijn beland door de scheiding hebben in hogere mate een beschadigd zelfbeeld.

Er rust op ons als maatschappij zodoende een plicht om wanneer we kinderen ondersteunen dit te laten plaatsvinden vanuit getrainde professionals met kennis en kunde op de eerder genoemde gebieden en kinderen niet verantwoordelijk te maken voor hun stem.

Door de versnippering in de sector, vanwege het feit dat praten met kinderen om expertise vraagt als ook de mogelijkheden voor kinderen om hun stem te kunnen laten doorklinken beperkt zijn in ons land, is in 2015 de rol van de Kindbehartiger ontwikkeld voor kinderen in een scheidingssituatie. Hierbij is onderzoek gedaan binnen Nederland en is gekeken naar het buitenland, zoals naar het Australische- en Engelse model van het Familierecht. De rol van de Child Representatieve in Australië en de rol van de Guardian ad Litem in Engeland hebben als inspiratiebron gediend om tot de rol van de Kindbehartiger te komen, waarbij de rol eerst een jaar in de praktijk is getoetst (2014 tot 2015). Inmiddels kent Nederland circa 85 Kindbehartigers verspreid over Nederland. Allen zijn opgeleid om de rol te kunnen vervullen en blijven zich ontwikkelen om verder te kunnen specialiseren. Een post HBO opleiding is momenteel in de maak om de rol verder te kunnen laten professionaliseren vooral in het belang van kinderen.

Over de Kindbehartiger
De Kindbehartiger treedt op als belangenbehartiger van kinderen in een scheidingssituatie en heeft als doel om kinderen met een vertrouwd en veilig gevoel verder te laten gaan na de scheiding.
De taak van de Kindbehartiger is om goed te luisteren naar kinderen en hetgeen kinderen zeggen en bedoelen op passende wijze te interpreteren (mede ingegeven door de context waar binnen het kind zich beweegt) en (middels verslaglegging en advisering) terug te koppelen richting hun ouders, verzorgers, overige belanghebbenden en waar nodig het juridisch speelveld.
De Kindbehartiger ondersteunt kinderen en hun ouders zowel tijdens als na een scheidingsituatie. De Kindbehartiger voert ten aanzien van de ondersteuning de regie vanuit de positie van het kind en werkt vanuit het 
VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind. De Kindbehartiger zorgt er voor dat de stem van ieder kind gehoord wordt en een plek krijgt binnen het scheidingsproces. In lijn met de artikelen 9 en 12 van het VN Verdrag inzake de Rechten van het Kind alsmede artikel 809 Burgerlijke Rechtsvordering vervult de Kindbehartiger hierbij een onmisbare rol, het liefst zo vroeg mogelijk. Kinderparticipatie wordt middels de rol van de Kindbehartiger voorop gezet en tegelijkertijd wordt kinderen bescherming geboden ten aanzien van de kwetsbare positie waarin zij zich bevinden.
De Kindbehartiger streeft er naar om kinderen niet te betrekken in volwassen zaken en om hen waar kan buiten een juridische procedure te houden, waarbij hun stem wel een plek krijgt, geheel in lijn met de uitingen vanuit het IVRK.

De Kindbehartiger biedt tenslotte ondersteuning, waarbij een onderscheid wordt gemaakt met een behandelaar of therapeut. De rolverdeling dient zuiver te blijven. Een traject van Kindbehartiging is geen therapie of behandeling, maar kan waar nodig overvloeien in therapie doordat wordt doorverwezen naar een andere professional door de Kindbehartiger, of omgekeerd doordat wordt doorverwezen naar een Kindbehartiger. Kindbehartigers werken zodoende veel samen met anderen.

www.kindbehartiger.nl

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/05/kind-bij-scheiding-nog-steeds-niet-goed-af-a1608944

[2] Jaarverslag van de kinderombudsman 2014, p. 16: http://www.dekinderombudsman.nl/ul/cms/fck-uploaded/2014%20jaarverslag%20.pdf ,

[3] Spruijt & Kormos 2010, p. 146

Artikel over de bijzondere curator en Kindbehartiger

Auteurs:
Marieke Lips (Kindbehartiger, bijzondere curator, jurist familie- en jeugdrecht, docent – KidsInbetween)
Margó Spekschoor (advocaat Van Kempen c.s. Advocaten)

 


“Inschakeling bijzondere curator in Jeugdzaken ex artikel 1:250 BW (BCJZ) en de Kindbehartiger (KB)”

In de afgelopen vijf jaar is er steeds meer aandacht gekomen voor kinderen die last hebben van de scheiding van hun ouders. Er is onder andere door de ministeries van Veiligheid en Justitie en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een platform opgericht dat als doel: “Scheiden zonder schade” heeft. De werkzaamheden van dit platform hebben o.a. geresulteerd in een rapport van oud-minister Rouvoet met de titel: “Scheiden en de kinderen dan”. Dit rapport geeft concrete actiepunten voor alle professionals tijdens het gehele scheidingsproces. Een aantal van deze punten is al direct door de betrokken professionals opgepakt. Een belangrijk doel is dat gekeken wordt naar de positie van kinderen in het scheidingsproces, hoe hun positie te verstevigen en daarnaast te zoeken naar manieren om kinderen te beschermen tegen belasting met volwassen zaken.

Twee van de mogelijkheden om de belangen van de kinderen te behartigen in het scheidingsproces zijn de bijzondere curator in Jeugdzaken[1] en de Kindbehartiger. Beiden worden genoemd in het rapport van Rouvoet. In de praktijk blijkt dat niet iedereen het onderscheid kent tussen beide soorten professionals. Ook lijken sommige scheidingsdeskundigen te denken dat de Kindbehartiger en de bijzondere curator concurreren. Dat klopt niet. Er zijn eigenlijk slechts een paar raakvlakken, die in beginsel niet overlappen. Bij beiden is sprake van belangenbehartiging van kinderen en bij beiden is er een link met het familierecht.

Op verzoek van deskundigen op het gebied van complexe scheidingen en enkele kinderrechters hebben wij geprobeerd om een korte handleiding te geven voor het inschakelen van beide professionals. We zetten hieronder uiteen wat de rollen van beiden precies zijn en wanneer en hoe ze in te schakelen zijn. Aan de hand van een tweetal casussen laten we zien wanneer aan welke professional kan worden gedacht en welke stappen dan ondernomen moeten worden.

Over de bijzondere curator in jeugdzaken en wanneer deze ingeschakeld kan worden:

  • De bijzondere curator wordt altijd benoemd door de rechtbank op grond van artikel 1:250 Burgerlijk Wetboek (BW). In het werkproces benoeming bijzondere curatoren[2] staat wanneer een bijzondere curator benoemd kan worden:
  1. op verzoek van een belanghebbende (ouders via hun advocaat of als het kind zelf een brief schrijf aan de rechtbank en vraagt om een bijzondere curator) of ambtshalve;
  2. in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige dan wel het vermogen van de minderjarige;
  3. bij strijd tussen belangen van de minderjarige en de belangen van de met het gezag belaste ouder(s) dan wel van de voogd(en);
  4. indien de rechter dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk acht in aanmerking genomen de aard van de belangenstrijd;
  5. met het doel de minderjarige te vertegenwoordigen zowel in als buiten rechte.
  • Bij de benoeming krijgt de bijzondere curator een taakomschrijving mee. De bijzondere curator moet vervolgens binnen een bepaalde termijn een advies geven aan de rechtbank. Belangrijk voor de bijzondere curator, maar ook voor de advocaat die hem/haar in wil schakelen, is het formuleren van een zo concreet mogelijke opdracht. Wat moet er onderzocht worden? Welke vragen moeten worden beantwoord?
  • De bijzondere curator heeft geen hulpverlenende rol, maar is gericht op het adviseren van de rechtbank. Voor nog meer informatie hierover, zie de website: bcjz.nl
  • Door de benoeming door de rechtbank is er geen toestemming van gezaghebbende ouders nodig om met het kind te spreken.
  • De bijzondere curator onderzoekt vanuit de vraagstelling van de rechtbank wat er in het belang van het kind moet gebeuren. Hij/zij spreekt met het kind, met de ouders en met (eerder) betrokken professionals, waarna een advies wordt gegeven.
  • De bijzondere curator is altijd bij de zitting aanwezig, kan uitleg geven over de taakomschrijving en het advies, waarna de rechter een uitspraak doet.
  • De bijzondere curator kan zich uitspreken over de noodzaak van kinderbeschermingsmaatregelen. Hij/zij kan bijvoorbeeld een OTS adviseren, nader onderzoek aanraden en/of verwijzen naar hulpverlening.
  • Nadat de zitting is geweest en een uitspraak is gedaan, rondt de bijzondere curator de werkzaamheden af. Het is belangrijk om aan de bijzondere curator te vragen of deze nog bereid is om aan de kinderen uit te leggen wat de uitspraak is en wat dit voor hen betekent. Zo staat het ook in het werkproces. Daarna eindigt de taak van de bijzondere curator.
  • In geval van een hoger beroep zal een nieuwe benoeming nodig zijn.
  • De bijzondere curator wordt ook in gezet in afstammingszaken (1:212 BW), in vermogensrechtelijke zaken waar kinderen bij betrokken zijn en in zaken over kinderbeschermingsmaatregelen, als de rechter constateert dat er (mogelijk) een conflict is tussen de belang van het kind en de jeugdzorginstelling.
  • Financiering vindt plaats vanuit de Raad voor de Rechtsbijstand, door afgifte van een toevoeging. Benoeming kan op dit moment alleen als de bijzondere curator bij de Raad voor Rechtsbijstand ingeschreven staat, tenzij partijen de bijzondere curator zelf betalen of de benoeming op last van de rechtbank vanuit de Staatskas wordt betaald. Iedere rechtbank heeft zijn eigen lijst met bijzondere curatoren.
  • Vragen om een bijzondere curator buiten de lijst om kan, maar wordt niet snel toegewezen, tenzij alle betrokken partijen het over de keuze eens zijn.

Wat is de Kindbehartiger en wanneer kan deze ingeschakeld worden

  • De Kindbehartiger heeft geen wettelijke grondslag zoals de bijzondere curator heeft in 1:212 BW en 1:250 BW. Dit betekent dat er toestemming van de gezaghebbende ouders en/of het kind nodig is om met het kind te praten en begeleiding te bieden.
  • Indien een ouder geen toestemming geeft, is het mogelijk dat de rechtbank o.g.v. artikel 1:253a BW vervangende toestemming afgeeft voor het inschakelen van een Kindbehartiger. Dit is te vergelijken met de vervangende toestemming die een rechter bijvoorbeeld kan verlenen voor een vakantie of verhuizing, wanneer een gezaghebbende ouder niet instemt.
  • De Kindbehartiger biedt een traject van begeleiding/ondersteuning van het kind en de ouders, specifiek in scheidingszaken. De Kindbehartiger gaat uit van de rechten van het Kind zoals vastgelegd in het IVRK.
  • Ouders kunnen de Kindbehartiger benaderen, omdat zij in verband met een scheiding of beëindiging van een relatie willen weten wat er in het hoofd van hun kind omgaat, zicht willen krijgen op de wensen van het kind en omdat zij advies willen over welke zorgregeling passend zou zijn voor hun kind. De Kindbehartiger houdt bij de advisering rekening met de hechting en ontwikkeling van kinderen. Er wordt geen therapie of behandeling geboden.
  • Een school of een Jeugdteam/CJG/OKT kan ouders adviseren om zich tot een Kindbehartiger te wenden.
  • Een Kindbehartiger werkt ook samen met een mediator. De mediator spreekt met de ouders over alle te regelen kwesties in verband met de scheiding (ouderschapsplan, financiën). De Kindbehartiger spreekt met het kind om vervolgens input te leveren voor de te maken afspraken over de zorgverdeling. Een mediator kan kiezen voor de inzet van een Kindbehartiger als hij/zij liever niet zelf met een kind spreekt (bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende deskundigheid is op het gebied van het spreken met kinderen). Soms wil een kind zelf graag een eigen vertrouwenspersoon hebben om mee te praten.
  • Ook kunnen advocaten hun cliënten erop wijzen dat inschakeling van een Kindbehartiger kan helpen om duidelijk te krijgen over de wensen van het kind en interpretatie daarvan. De Kindbehartiger kan het kind informeren over zijn/rechten en middels een verslag voor de ouders en/of de rechtbank informatie geven over de behoeften en wensen van het kind. Dit vindt plaats aan het begin van de juridische procedure, voordat er een procedure is gestart of er een zitting is geweest.
  • De Kindbehartiger is geen procespartij. Alleen met toestemming van ouders en de rechtbank kan de Kindbehartiger bij een zitting aanwezig zijn.
  • De toestemming voor de ondersteuning wordt vaak geregeld via de advocaten en schriftelijk vastgelegd. Er wordt afgestemd of ook met ouders wordt gesproken of alleen met het kind. Als de ouders daarvoor toestemming geven, kan de Kindbehartiger na een aantal gesprekken een verslag maken dat wordt gebruikt in de rechtszaak. Soms kan door inzet van een Kindbehartiger een rechtszaak worden voorkomen, omdat partijen tijdens het traject overeenstemming bereiken over de zorgregeling.
  • Er worden afspraken gemaakt over de nazorg. De Kindbehartiger kan na de zitting uitleg aan het kind geven over wat er verder gaat gebeuren.
  • Inzet van een Kindbehartiger biedt kinderen een extra mogelijkheid om van hun hoorrecht gebruik te maken (artikel 12 IVRK en 809 Rv). Kinderen kunnen praten met de rechter (afhankelijk van hun leeftijd), door de rechter een brief te sturen of middels de Kindbehartiger laten weten wat zij willen.
  • Ook benadert Jeugdbescherming regelmatig een Kindbehartiger. Dit betreft vaak zaken waarin er al veel trajecten zijn doorlopen en er een OTS is opgelegd, en er behoefte is aan meer inzicht in de wensen en behoeften van het kind. Er wordt dan vaak aan de Kindbehartiger gevraagd om als vertrouwenspersoon op te treden voor het kind en advies uit te brengen aan Jeugdbescherming. Een Kindbehartiger spreekt zich niet uit over de noodzaak van een OTS of een andere kinderbeschermingsmaatregel. Dat is niet de taak van een Kindbehartiger. Wel worden (zorg)signalen in kaart gebracht en wordt inzichtelijk gemaakt wat uit de gesprekken en begeleiding is gekomen, zodat Jeugdbescherming kan beslissen wat verder nodig is.
  • De Kindbehartiger wordt betaald door de opdrachtgever(s), op basis van een uurtarief of een maatwerkprijs voor een traject. Daarnaast is er in sommige regio’s sprake van een raamovereenkomst met de Gemeente of kan financiering via een PGB of onderaannemerschap lopen. De Kindbehartiger bekijkt met de ouders wat mogelijk is.
  • De Kindbehartiger kan zo lang betrokken blijven bij kinderen als nodig is, en in samenspraak met de ouders nazorg bieden en bekijken hoe het met de kinderen gaat.
  • Voor meer informatie: kindbehartiger.nl


Casuïstiek

Aan de hand van een tweetal casussen leggen we uit wanneer de ene dan wel de andere deskundige kan worden ingezet.

Casus Max (naam gefingeerd)
De ouders van Max (7 jaar oud) zijn twee jaar geleden uit elkaar gegaan. Zij zijn samenwonend geweest en hebben samen de erkenning en het gezag geregeld.
Er is geen ouderschapsplan opgemaakt, omdat ouders samen afspraken konden maken en met elkaar konden overleggen over Max. Max is het afgelopen jaar hangeriger geworden, lijkt moeite te hebben met de overgang tussen ouders en huilt meer.
De vader van Max heeft sinds kort een nieuwe partner.

De relatie tussen ouders is veranderd; samen overleggen lijkt moeizamer te gaan.
De sfeer tussen ouders verhardt. Zij maken steeds vaker ruzie. Omdat Max vaker huilt bij de wisseling en aangeeft buikpijn te hebben op een dag dat hij naar vader zou gaan, besluit moeder om hem thuis te houden. Dit wakkert de strijd verder aan.

Beide ouders zijn op het punt beland dat ze de rechter willen betrekken, omdat ze er samen niet uitkomen en de andere ouder hiervoor verantwoordelijk houden. Ze hebben ieder een advocaat in de arm genomen.

De advocaten van beide ouders zijn bekend met de Kindbehartiger. Zij wijzen hun cliënten op de rol van de Kindbehartiger en stellen de ouders voor om de Kindbehartiger te laten onderzoeken wat de behoeften van Max zijn en die input te gebruiken bij het maken van afspraken over de zorgregeling.

Op dit moment kan het inschakelen van Kindbehartiger passend zijn:

  • er is nog geen juridische procedure opgestart en ouders kunnen nog profiteren van hulpverlening;
  • het kind heeft behoefte aan steun;
  • het is nuttig om helder te krijgen wat Max wel en niet prettig vindt;
  • de input over de behoeften van Max kan gebruikt worden als er een procedure wordt gestart.

Via de advocaten wordt contact opgenomen met de Kindbehartiger. Als een ouder niet instemt, kan de juridische weg van 1:253a BW worden gebruikt (vervangende toestemming). Er wordt besproken dat iedere ouder individueel op intake komt.

De overeenkomst Kindbehartiger en de werkdoelen worden besproken.

Hierna worden de kindgesprekken met Max ingepland, waarbij de Kindbehartiger spelenderwijs met Max aan de slag gaat om helder te krijgen hoe hij de zorgregeling beleeft, zijn wensen en problemen te bespreken, uitleg te geven van wat er speelt tussen zijn ouders en te bekijken wat Max nodig heeft. De Kindbehartiger kijkt hierbij naar de hechting en ontwikkeling van Max, de rol van beide ouders in zijn leven, de afspraken die er lagen en geeft advies over wat Max nodig heeft, kijkend naar zijn karakter, ontwikkeling en leeftijd.

Na vier gesprekken wordt het verslag met de ouders besproken, waarna iedere ouder op het verslag mag reageren. Als ouders het eens zijn, gaat deze regeling lopen en kan er na bijvoorbeeld drie maanden geëvalueerd worden.

Het verslag met advies wordt (waaronder als ouders het niet eens zijn) bij het eerste processtuk aan de rechtbank gestuurd.

Tijdens de zitting wordt het verslag met advies van de Kindbehartiger besproken.

Er wordt afgestemd dat ouders samen met de Kindbehartiger verder willen bekijken hoe zij de afspraken rondom Max kunnen vastleggen, waarbij de rechter op een aantal punten een knoop heeft doorgehakt. De beschikking van de rechter is het uitgangspunt waarmee de Kindbehartiger verder met ouders gaat werken. De advocaten blijven aan de zijlijn betrokken.

Casus Lisa (naam gefingeerd)

Lisa is 14 jaar oud. Haar ouders zijn gescheiden toen zij 7 jaar was.

Er zijn veel conflicten geweest tijdens het huwelijk van ouders, maar ook sinds de scheiding. Lisa’s ouders spreken niet met elkaar. Er zijn al diverse rechtszaken geweest. De rechtbank heeft de ouders opgedragen om te starten met het traject Kinderen uit de Knel, maar na de eerste intake wilden beide ouders niet met Kinderen uit de Knel verder en is het traject gestrand.
Doordat ouders niet meer of beter zijn gaan communiceren, is Lisa zich verder gaan terugtrekken. Haar schoolcijfers zijn gekelderd, zij sluit zich meer af en zoekt vrienden op met wie ze kan blowen.

Lisa’s vader is sinds een jaar verhuisd, 45 kilometer verder van waar zij eerder woonden. Vroeger kon Lisa met de fiets heen en weer tussen haar ouders, maar dat is nu niet meer mogelijk.

Beide ouders hebben een nieuwe partner.

Moeder is vooral bezig met haar nieuwe partner. Moeder is vaak stappen met haar nieuwe partner en is sinds kort drugs gaan uitproberen. Moeder ligt vaak op de bank te slapen als Lisa thuis komt van school, waardoor er geen zicht is op wat Lisa na school doet.

Vader werkt veel en is vaak in het buitenland. De keren dat Lisa bij hem is, moet hij vaak nog werk afmaken of hij moet weekenden verschuiven omdat hij naar het buitenland moet.

School heeft een aantal keer een signaal afgegeven dat het niet goed gaat met Lisa.

Doordat school een zorgmelding heeft gedaan, is de Raad voor de Kinderbescherming een beschermingsonderzoek gestart, waarna een OTS is opgelegd. Ondanks de OTS en de inzet van een gezinsmanager is de situatie niet verbeterd.

Er is opnieuw strijd ontstaan tussen ouders over het gezamenlijk gezag. Vader wil het eenhoofdig gezag aanvragen over Lisa, omdat hij de thuissituatie bij moeder niet vertrouwt en wil dat Lisa volledig bij hem komt wonen. Zijn partner is vaker thuis en kan haar opvangen als hij zelf moet werken.

Moeder is het hier niet mee eens en wil dat Lisa haar hoofdverblijf bij moeder houdt en zou bij voorkeur zien dat vader geen gezag meer heeft, omdat de communicatie tussen hen voortdurend vastloopt.

Er volgt opnieuw een zitting. Tijdens de zitting stelt de rechter vast dat Lisa klem zit tussen de strijd van haar ouders en dat er sprake is van een belangenconflict tussen de belangen van Lisa en de belangen van haar met gezag belaste ouders.

Er is al een OTS opgelegd. De rechter benoemt ambtshalve een bijzondere curator in Jeugdzaken ex. artikel 1:250 BW om te onderzoeken wat in het belang van Lisa is, kijkend naar de zorgregeling, haar hoofdverblijf en eventuele andere aspecten die de belangen van Lisa raken.

Op dit moment is er sprake van een juridische procedure en is het benoemen van een bijzondere curator passend:

  • het is noodzakelijk om te onderzoeken wat in het belang van Lisa moet gebeuren en welke hulpverlening voor het gezin nog passend kan zijn;
  • er is sprake van een wezenlijk belangenconflict tussen Lisa en de met gezag belaste ouders, waarbij het van belang is dat er een onpartijdig advies komt aan de rechter.

De bijzondere curator gaat op basis van de opdracht van de rechter aan de slag om binnen een gestelde termijn advies uit te brengen. De bijzondere curator ontvangt de processtukken, het Raadsrapport en spreekt al naar gelang de reikwijdte van zijn/haar opdracht met Lisa, met ouders, met school en de gezinsmanager.

Het advies wordt aan de advocaten van ouders en de rechtbank gezonden, waarna tijdens een nieuwe zitting het advies van de bijzondere curator wordt besproken, in aanwezigheid van beide ouders, hun advocaten, de Raadsmedewerker en de bijzondere curator.

De rechter neemt het advies van de bijzondere curator over. Nadat Lisa uitleg heeft gekregen over het advies eindigt de rol van de bijzondere curator.

Er moet voor Lisa aanvullende hulpverlening (therapie) worden ingezet, omdat uit de gesprekken naar voren is gekomen dat zij met onverwerkte trauma’s kampt door de scheiding van haar ouders en zich door beide ouders verwaarloosd voelt. Haar ouders gaan een traject in met ieder een eigen hulpverlener, om te werken aan eigen taken. Moeder doorloopt therapie, leert hoe anders om te kunnen gaan met vader en moet gaan afkicken van de drugs. Vader doorloopt een traject van hulpverlening om anders om te kunnen gaan met zijn ex-partner en de aansluiting te kunnen vinden bij zijn dochter.

[1] Te onderscheiden van de bijzondere curator in afstammingskwesties (1:212 BW)

[2] https://www.rechtspraak.nl/SiteCollectionDocuments/Werkproces-benoeming-bijzondere-curator-ogv-artikel-250-boek-1-BW.pdf